In de echte wereld is 1 plus 1 nooit 2.
Wat betekent 1?
1 ei plus 1 ei? Dan gaat het al over twee verschillende eieren.
Stel, ik moet 2 eieren kopen. En ik kom terug met 2 bedorven eieren. Dan is de 2 niet relevant.
Een getal is ook nooit exact: het is altijd bij benadering. Als het ene ei 47 gram weegt en het andere 53 gram, dan zijn de 1-en ook niet gelijk.
In de echte wereld gebruik ik daarom weinig getallen. Het gevaar is dat je je te veel focust op hoeveel er van iets is, maar (bijvoorbeeld) niet op de kwaliteit.
Eigenlijk is een getal alleen handig als een heel snel oordeel over de werkelijkheid, maar niet iets waarmee je ‘zuiver’ kunt rekenen.
En nu wordt het moeilijk. Dit is het stukje dat niemand begrijpt:
Een getal (maakt niet uit hoeveel) is altijd een uitspraak over de tijdelijke staat van de hele werkelijkheid.
Uitspraken zijn niet beperkt tot het object (of meerdere) waar je over spreekt.
Als je zegt: ik zie 3 eieren, heb je het over een tijdelijke staat van de gehele werkelijkheid, en niet alleen over de 3 eieren.
Ik heb het dus over het hele frame. Het is een tijdelijke staat van de gehele energie.
Immers, het is maar heel even het getal 3 - net zoals het maar heel even een ei van 1 uur 59 minuten en 12 seconden oud is. Daarna is het weer wat anders.
Waarom de wetenschap (nog) niets van de realiteit begrijpt
Het moeilijkste van zelf leren nadenken is alles vergeten wat je op school hebt geleerd.
Ik gebruik zo min mogelijk getallen, omdat die de manier waarop je naar de werkelijkheid kijkt (extreem) beïnvloeden. Daarom ben ik niet zo'n fan van kinderen zo vroeg met getallen laten werken.
Bijvoorbeeld:
Mijn moeder vraagt of ik 2 eieren koop.
Ik kom terug met 2 eieren: ze zijn allebei bedorven.
Wat ik heb gedaan, klopt. Ik heb 2 eieren meegenomen.
Maar de waarde van het getal 2 is minimaal.
Een getal is dus altijd een beperkt iets, het is een richtlijn. Want wat mijn moeder eigenlijk zei, is: neem 2 verse eieren mee.
Een getal heeft dus alleen nut als je het kunt toepassen op de praktijk. Het probleem is dat je je dan blindstaart op het getal.
In bovenstaand voorbeeld had ik beter 0 eieren kunnen kopen, of 1 vers ei.
Wat betekent 1+1=2?
Niets. Stel dat bovenstaande som weer over eieren gaat.
Eigenlijk zijn er drie scenario's. Of de 2 enen slaan allebei op hetzelfde ei (dan klopt de som niet meer, want het gaat niet over hetzelfde ei – dat kan niet).
Of: beide enen slaan op verschillende eieren (dan klopt de uitkomst 2 niet meer). Want we tellen 2 verschillende eieren bij elkaar op.
1+1 is dus nooit 2.
Er is geen enkele uitkomst in de echte wereld waar 1+1 exact 2 is. Alleen in de theorie.
Je kunt het ook zo zien:
Ik koop 2 eieren. Eén weegt 2 gram en één weegt 300 gram. We hebben het dus over 2 totaal verschillende dingen.
Het gevaar is dus dat als je focust op hoeveel iets is, je niet meer ziet wat het is. Je reduceert iets letterlijk tot een nummer. En dat moet je nooit doen. Daarom zou je rekenen bij kinderen veel later moeten introduceren.
Nog een voorbeeld: ik sport 6x per week. Maar wat betekent dat nou eigenlijk? Niets. Ik kan 6x een half uurtje gaan. Ik kan ook elke keer 3 uur tot het gaatje gaan. Ook in dit geval is de betekenis van het getal 6 minimaal.
Ik weet hoe flauw dit allemaal klinkt. Mijn punt is dit: als je de werkelijkheid wilt begrijpen, moet je zorgen dat getallen raakvlakken hebben met de realiteit. En dat gebeurt veel en veel te weinig.