Terug naar de basis
Ik schrijf dit even op, omdat ik weet dat het soms prettig is om te horen.
Twee jaar geleden was ik een (zware) psychiatrische patiënt. Het type dat niet voor zichzelf kon zorgen en werd opgehaald met een busje. Ik heb twee keer in de GGZ-vleugel van het ziekenhuis gezeten.
Dit is mijn lijst met diagnoses: ADHD, autisme, GAD en psychose. Ik heb elke vorm van medicatie gebruikt die je kunt bedenken.
Nu, twee jaar later dus, heb ik een top-10%-baan (niet dat dat me wat boeit) en ben ik bovengemiddeld gelukkig. Ik heb letterlijk alles in mijn leven veranderd. Ik ben anders gaan eten, elke dag gaan sporten, heb anders met emoties leren omgaan, leren kickboksen, neem momentjes van stilte. Ik ben gestopt met drank en andere middelen. Ik ben veel angsten aangegaan.
Mijn boodschap is heel simpel: mentale gezondheid is precies hetzelfde als fysieke gezondheid. Als je er geen aandacht aan besteedt, raak je uit vorm. En dan kost het even tijd om je vorm terug te vinden. De eerste keer met mensen afspreken? Spannend. De dertigste keer? Nog steeds spannend, maar leuk spannend. Niet ‘Ik ga niet meer’-spannend.
Het maakt dus echt uit wat je doet. Elke keer jezelf overwinnen zorgt ervoor dat op de lange termijn alles anders is.
Weet je wat ik nu nog met mijn diagnoses doe? Helemaal niets. Totaal irrelevant. In een normaal leven maakt het namelijk niet uit hoeveel labels je hebt. Je moet alsnog eten, slapen, sporten, afspreken met vrienden.
Als je het niet begrijpt, hou het dan ook simpel
Je bent gebonden aan het niveau waarop je iets begrijpt.
We weten nog niet goed hoe een brein werkt.
Dan kun je dus niet zeggen:
Dit is ADHD.
Je doet een hele specifieke, complexe uitspraak over iets waarvan je de basis nog niet begrijpt.
Je kunt wél zeggen: hersenen zien er ongeveer zo uit. Een eenvoudige uitspraak over iets wat je op een ‘eenvoudige’ manier snapt.
Dit principe geldt altijd, in elke tijd. Het verschil met vroeger en nu is dat wij veel uitspraken doen over dingen die we oppervlakkig begrijpen. Dit geldt dus voor elke psychiatrische ziekte. Je kunt wel iets over deze ziekten zeggen als je weet hoe de hersenen werken. Maar dat doen we niet.
Oké, maar moet ik dan nooit iets zeggen over iets waar ik niets van weet?
Als je niet goed weet hoe iets werkt, kun je altijd simpele uitspraken doen.
Bijvoorbeeld: ik denk dat de aarde plat is. Dat is een correcte uitspraak als je nog nooit in de ruimte bent geweest. Dat is de correcte conclusie op dát niveau.
Want is de aarde rond dan? Vanuit de ruimte misschien wel. Maar vanuit een ander perspectief misschien weer niet. Maar het is ook flauw om te zeggen dat de conclusie ‘de aarde is rond’ fout is. Dan zouden we nooit verder komen.
Je zou prima kunnen beargumenteren dat de aarde niet rond is. De aarde is sowieso niet perfect rond. De aarde heeft bergen en meren. De conclusie klopt in absolute zin dus al niet.
Kennis is dus gebonden aan het niveau waarop je begrijpt.
Doe dus simpele uitspraken over dingen die je oppervlakkig begrijpt, en complexe uitspraken over dingen die je op diep niveau begrijpt.
Genoeg vaag gepraat. Als je je eigen lichaam wil begrijpen, begin je dus met eenvoudige uitspraken.
Dit vind ik een vervelend gevoel. En dat niet bijvoorbeeld. En dan neemt de complexiteit vanzelf toe. Je hoeft dus niet te beginnen met een ongelooflijk complexe uitspraak over angst, terwijl je niet twee soorten angst uit elkaar kunt houden.
Begin simpel. ''Ik denk dat dit angst is''.
Je kunt dus beter een uitspraak doen die dom overkomt voor anderen (omdat het te eenvoudig klinkt), t.o.v. een hele moeilijke uitspraak.
ADHD bestaat -> is dus sowieso fout (ook al bestaat ADHD).